De seizoenen

Door John den Haan op 21 december 2007 | Gearchiveerd in | Ekudos Nujij

Mocht je de korte dagen beu zijn, dan is er goed nieuws: morgen-ochtend om 07:08 vindt namelijk de zonnewende plaats. Dit houdt in dat de Zon zijn zuidwaartse tocht aan de hemel stopt en weer langzaam onze richting op komt. Het gevolg is dat de dagen weer gaan lengen en het langzaam maar zeker warmer zal worden. De beweging van de Zon is slechts schijn, want de seizoenen hebben niets te maken met de beweging van de Zon...

Het is eerder onze eigen Aarde die de schuldige is: hij staat namelijk behoorlijk schuin! Maar hoe moet je je dat voorstellen? Hoe kan een bol nou schuinstaan? Stel je voor: je legt de Zon (Sinaasappel) in het midden van een grote, platte schaal en legt aan de rand de Aarde (een mandarijn). Je prikt nu door de mandarijn een satéprikker, maar let op: de satéprikker prik je niet recht door de mandarijn! Deze prik je schuin door de mandarijn heen (om precies te zijn, een hoek van 23 graden). Nu prik je ook nog eens een klein rondgeknipt velletje papier aan beide einden van het satéstokje. Dit zijn de noord- en zuidpool van de Aarde. De schaal stelt nu het eclipticavlak voor; het vlak waarin alle planeten min of meer draaien. De satéprikker stelt de aardas voor, oftewel de as waarom de Aarde zelf draait. Je ziet nu dus dat een bol wel degelijk schuin kan staan!

De oorsprong van de seizoenen

Goed, weg van de fruitschaal en terug naar de werkelijkheid. De Aarde staat dus schuin. Maar waarom veroorzaakt dit seizoenen? Om dat te begrijpen pakken we de schuine Aarde er weer bij: de scheve aardas wijst gedurende de omloop rond de Zon altijd dezelfde kant op!

We beginnen het jaar in de winter (rechts in de afbeelding). Als de Aarde zijn baan rond de Zon vervolgt, zien we op een gegeven moment dat elke plaats op Aarde evenveel zon krijgt: de dag en nacht zijn op dit moment overal even lang. Dit punt noemen we met een moeilijk woord de vernale equinox; het wordt lente. Weer een kwartaal later (links op de afbeelding) staat de Aarde met het noordelijk halfrond naar de Zon gekeerd. Het is nu zomer en de dagen zijn bij ons lang. De Zon staat tijdens het zomersolsticium boven de kreeftskeerkring; hoger zal hij voor ons niet komen. Als we weer een kwartaal doordraaien, zien we dat elke plaats op Aarde weer evenveel Zonlicht ontvangt. We zijn weer op het herfst-lentepunt, alleen wordt het ditmaal geen lente, maar herfst. Een kwartaal later staat de Zon boven het zuidelijk halfrond. Op het moment dat de Zon boven de steenbokskeerkring staat, staat hij voor ons het laagst. Dit punt noemen we het wintersolsticium. Het is de korste dag van het jaar op het noordelijk halfrond.

De seizoenen
De Aarde draait om de Zon, maar de aardas blijft altijd in dezelfde richting wijzen.
Dit veroorzaakt de seizoenen.

Nieuwsgierig naar de Aarde? Het boek de Aarde brengt voor kinderen van 10 tot 12 jaar de planeet op een beknopte, duidelijke manier in beeld. Voor de wat gevorderde lezer met een beetje voorkennis, is het boek de Aarde van geologe Marcia Bjonerud een aanrader.

Zin om te winnen? Ontdek de grootste lijst prijsvragen (met antwoorden!) van Nederland!

Reacties

Er kan niet gereageerd worden op dit artikel