Planetoïde mist Aarde op haar na
Een kleine planetoïde, met de naam 2007TU24, scheert op dinsdag 29 januari vlak langs de aarde. Hij passeert op een afstand van ongeveer 500.000 kilometer. In kosmische termen betekent dit dat hij de aarde op een haar na mist. Dat is vandaag bevestigd door sterrenkundige Theo Jurriëns van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG), naar aanleiding van een bericht in het AD.
[update] Inslagkans asteroïde op Mars licht afgenomen
Gelukkig voor Mars, helaas voor ons: de kans dat asteroïde 2007 WD5 op 30 januari inslaat op de rode planeet, is na nieuwe waarnemingen omlaag bijgesteld tot 3.6% [Update 09-01: De kans is inmiddels nog maar 2.5%]. Het meest waarschijnlijke pad van de asteroïde is iets verder van de planeet komen te liggen. Er mag dan wel sprake zijn van een daling, maar voor astronomische begrippen blijft het een grote kans.
Asteroïde op mogelijke ramkoers met Mars
Er bestaat een kans dat Mars op 30 januari het doelwit is van een nieuw-ontdekte asteroïde. De recent ontdekte ruimterots, 2007 WD5, heeft een 1-op-75 kans om op Mars in te slaan. Dit lijkt niet veel, maar voor kosmische begrippen is dit een vrij grote kans. De asteroïde heeft een diameter van 50 meter en kan een inslag veroorzaken die vergelijkbaar is met een atoombom van 15 megaton. De krater die hierbij hoort is ongeveer even groot als de 1250-meter brede meteor crater in Arizona.
Hubble maakt Marsfoto
Je hebt 'm de afgelopen weken vast al gezien: de sprankelend heldere geel-oranje planeet Mars. Eens in de 26 maanden komen Aarde en Mars nader tot elkaar en 18 december 2007 wordt zo'n moment. Mars staat dan 'slechts' 88 miljoen kilometer bij ons vandaan (let op: nog steeds 20 miljoen kilometer verder weg dan de prachtige verschijning in 2003). Hubble maakte van de gelegenheid gebruik en legde de planeet vast.
Nieuw type planetoïden ontdekt
Twee planetoïden uit de buitenste gordel van het zonnestelsel bevatten mogelijk het gesteente basalt. De planetoïden Kumakiri en 1991 RY16 bevatten het kortstvormende gesteente. De aanwezigheid van basalt wijst op de mogelijkheid, dat de objecten ooit groot genoeg waren om zichzelf van binnen te verhitten.

