Update: Schade hitteschild dieper dan gedacht

Door John den Haan op 13 augustus 2007 | Gearchiveerd in | Bron: Spaceflight now | Ekudos Nujij

Gisteren is bij de, sinds de Columbia-ramp routinematige, inspectie van Endeavour's hitteschild een beschadiging geconstateerd. De inspectie werd uitgevoerd voordat Endeavour doormiddel van een spectaculaire looping koppelde aan het ruimtestation. Het betreft een aantal kleine schaafplekken op het hitteschild op de 'buik' van de shuttle. De grootste beschadiging is ongeveer 8cm in doorsnede.

John Shannon, voorzitter van NASA's missiemanagement, zei dat de astronauten op zondag een nadere inspectie zullen uitvoeren. Hiervoor gebruiken ze een 16m lang verlengstuk van de robotarm. Dit hulpstuk heeft een laserscanner en een krachtige camera, waarmee de diepte van de schade nauwkeurig bepaald kan worden.

58 seconden na de lancering werd door de bemanning al een inslag op het hitteschild waargenomen. Onderzoek met behulp van videobeelden heeft uitgewezen dat het wederom een stuk schuim van de externe brandstoftank betrof. Het stuk was ongeveer zo groot als een baseball. Ingenieurs van NASA werken momenteel aan een nieuwe ophangconstructie van de externe brandstoftank, die dergelijke incidenten moet gaan voorkomen tot de shuttle-vloot in 2010 met pensioen gaat.

De schade is gelukkig te overzien. Er zijn nagenoeg geen vitale onderdelen nabij de getroffen plaats en de hitte kan zich snel verspreiden op deze locatie. Dit laatste is van belang, omdat het ontstaan van een lokale 'hot spot' kan leiden tot het lokaal wegsmelten van de shuttle. Een computermodel heeft uitgewezen dat er geen structurele schade aan de shuttle geleden wordt, zelfs als de beschadiging de basis van de tegel bereikt.

"Gebaseerd op het computermodel en de locatie van de beschadiging, zijn we het er unaniem over eens dat, mocht er een noodsituatie optreden, we de shuttle durven laten landen zoals hij is", zei Shannon.

Zondag zullen Tracy Caldwell en Barbara Morgan de laserscanner gebruiken om een zeer nauwkeurige scan te maken van de beschadiging. Vanwege het ruimtegebrek zal de robotarm van het ISS de scanner uit het laadruim van de shuttle pakken en deze vervolgens overgeven aan de robotarm van de shuttle. Verwacht wordt dat de gehele operatie zo'n drie uur in beslag neemt.

Schade Endeavour
De schade aan Endeavour is op deze foto goed te zien als een
aantal witte schaafplekken.

Update 13-08: Schade dieper dan gedacht

De uitgevoerde hoge-resolutiescan wijst uit dat de schade aan het hitteschild dieper is dan aanvankelijk werd gedacht. Op onderstaande afbeelding is goed te zien dat de schade zich uitstrekt tot de basis van de hitteschild-tegel.

Schade Endeavour
Deze afbeelding toont een close-up van de beschadiging aan het hitteschild van de
shuttle. De beschadiging is dieper dan aanvankelijk werd gedacht en lijkt zich in de
diepte tot de basis van de tegel uit te strekken.

"Zoals je kunt zien... Is het een vrij diepe schaafplek", aldus John Shannon van NASA's missie-management. "De tegel zelf is 3 centimeter diep en de schaafplek is ongeveer even diep. We zien zelfs een klein beetje van het vulmateriaal dat tussen de tegels wordt gezet. Samen met de nauwkeurige laserscan, zijn dit de gegevens die we wilden hebben. We gaan nu een serie computermodellen draaien waarmee we de invloed van deze beschadigign gaan onderzoeken. Tevens hebben we een replica van de beschadiging gemaakt, die we als simulatie gaan testen in de Arc Jet Facility."

De bemanning van Endeavour is getraind om dit soort beschadigingen te verhelpen. Er zijn diverse opties: een hitte-afstotende verf, een vulmateriaal en opschroefbare koolstofplaten. Het is nog onduidelijk of een reparatie nodig is. Mocht het nodig zijn, dan is Shannon er van overtuigd dat de reparatie uitgevoerd kan worden.

Zin om te winnen? Ontdek de grootste lijst prijsvragen (met antwoorden!) van Nederland!

Reacties

  • Door John den Haan op 13 augustus 2007, 18:34

    Dat wordt duimen met de landing!

Er kan niet gereageerd worden op dit artikel